wpbf9d4e8c_0f.jpg
wp5794d1af.png
Via een dun injectienaaldje worden kleine hoeveelheden lokale verdovingsvloeistof ingespoten op
aangedane plaatsen of op plaatsen waar blokkeringen  van het autonome zenuwstelsel bestaan.

Een neuraaltherapeutische behandeling richt zich op het autonome zenuwstelsel. Dit is het deel van
ons zenuwstelsel dat buiten ons bewustzijn om werkt, zoals het regelen van de lichaamstemperatuur,
hartslag en spijsvertering. Bij ontregeling van dit stelsel kunnen langdurig aanhoudende klachten en
ziekten ontstaan.

Soms begint een neuraaltherapeut met het injecteren van de pijnlijke plek zelf of op de plaats waar
de pijn of de functiestoornis zich bevindt. Deze vorm van neuraaltherapie noemt men segmenttherapie.
Het lichaam is dan opgedeeld in segmenten die corresponderen met de zenuwbanen in het lichaam.
Bij oorpijn bijvoorbeeld kijkt de therapeut naar het hele segment rondom het oor om de oorzaak
van de klacht te vinden.

Het kan ook voorkomen dat er een geheel andere plek in het lichaam verantwoordelijk is voor de
pijn. Een neuraaltherapeut spreekt dan van een stoorveld. Een stoorveld wordt veroorzaakt door
beschadigd weefsel dat abnormale elektrische stroompjes afgeeft en op andere plaats in het lichaam klachten doet ontstaan. Hierbij moet gedacht worden aan littekenweefsel van een operatie of verwonding, resten van een keelontsteking, botbreuk of irriterende glassplinter onder de huid. Bij het injecteren van een anesthesie kan het stoorveld op slag verdwijnen, beter bekend als het Secondenfenomeen. Met één enkele injectie is de pijn direct verdwenen.

De verdovende stof waarmee een neuraaltherapeut injecties toedient is meestal het licht werkende locaalanaesticum procaïne. Soms worden sterker werkende middelen gebruikt zoals bijvoorbeeld lidocaïne, citanest of marcaïne. Dergelijke injecties mogen alleen door deskundigen (artsen en tandartsen) worden toegediend. Hierdoor is de kans dat er verkeerd of te veel van de stof wordt geïnjecteerd is miniem.
Het verschil in het toebrengen van een lokale verdoving door een arts of door een neuraaltherapeut zit voornamelijk in het effect. Bij een ‘normale’ verdoving is de patiënt slechts een half uur tot anderhalf uur verlost van de pijn. Maar bij het injecteren van een blokkering van het zenuwstelsel blijft de pijn minstens 24 uur weg. In het laatste geval hebben de injecties dus als therapie gewerkt. Geen enkele vorm van pijnbestrijding werkt op deze manier.

Na de eerste behandeling blijven de klachten meestal een tot enkele dagen weg. De periode van verbetering wordt na ieder behandelsessie langer. Vaak zijn er vijf tot zes vervolgbehandelingen nodig voor het compleet verdwijnen van de klachten. Ook kan het mogelijk zijn dat oude pijnklachten of emoties tijdelijk opnieuw beleefd worden. In de meeste gevallen treedt er echter een algeheel gevoel van ontspanning op.




neuraaltherapie
wpaabb0689.png
wpb44baa04.jpg